BELASTINGEN IN BEHENDIGHEID.- AGILITY "Pagina 2"

JUMPING/AFZET EN LANDING.

Het eerste toestel dat bekeken wordt is de sprong: Het springen is de basis van de behendigheid.
De biomechanische theorie die voor een sprong opgaat is onverkort van toepassing voor de band en de muur en is ook met aanpassingen toepasbaar bij de breedtesprong en de tafel.
Wanneer we naar een sprong kijken, dan zijn de momenten van afzet en de momenten van landing de momenten dat de hond aan mogelijke overbelasting blootgesteld wordt.
Alleen dan werken er krachten van buitenaf op de hond die mogelijk overbelastend kunnen werken.
Als de afzet met de landing vergeleken wordt, dan blijkt dat de geleverde prestatie tijdens de afzet gelijk is aan de geleverde prestatie tijdens de landing: De geleverde energie voor de afzet moet ook geabsorbeerd worden tijdens de landing.

PRESTATIE AFZET = PRESTATIE LANDING.

Dit zegt niets over de belasting op de verschillende onderdelen van de hond.
De belasting wordt namelijk niet alleen beïnvloedt door de geleverde prestatie, maar ook door de tijd dat een prestatie duurt.
Hoe korter de tijd waarin een prestatie geleverd wordt, hoe groter de belasting. Belasting = Prestatie / Tijd Voordat we de consequenties de formules bekijken, gaan we eerst kijken op welke wijze een hond afzet en land.

TECHNIEK VAN DE AFZET.

afzet[1].jpg

De afzet van de hond speelt zich min of meer in de volgende volgorde af.
1/ Inzakken voorhand en hoofd en nek.
2/ Optillen hoofd.
3/ Afzet voorhand.
4/ Afzet achterhand.

Het door de voorhand zakken, waarbij het hoofd en de nek naar beneden verplaatst worden, is te vergelijken met het verzamelen van een paard voor een sprong.
Deze handeling dient als voorbereiding op zo'n krachtig mogelijke afzet.
Het optillen van het hoofd is de eerste beweging, waarmee de hond haar/zijn zwaartepunt naar boven gaat verplaatsen.
Deze beweging wordt, terwijl deze nog niet afgerond is, vrij snel opgevolgd door de afzet van de voorhand, waarin het schoudergewricht en het ellebooggewricht gestrekt worden.
De afzet van de achterhand wordt ingezet als de voorhand net van de grond is, hiertoe landen de achterpoten met maximale hoeking (in alle gewrichten) op de bodem, waarna door strekking van heupgewricht, knie en spronggewricht de puur opwaartse beweging van de voorhand ondersteund wordt met een opwaartse en voorwaartse beweging van de achterhand.
Het belangrijkste doel van de bewegingen van de voorhand ligt voornamelijk in het de juiste positie brengen van het lichaam om over de sprong te komen.
De bijdrage in het "liften" van het lichaam is miniem, hiervoor is de krachtsinspanning van de achterhand veel belangrijker.
Voor het hele patroon van bewegingen, nodig voor de afzet, geldt dat deze relatief lang duurt, zeker in vergelijking met de landing.

TECHNIEK VAN DE LANDING.

Bij de landing kunnen we twee fases onderscheiden, die elkaar direct opvolgen, namelijk voordat de hond contact heeft met de bodem en vanaf het moment dat de hond contact heeft met de bodem.
De tweede fase volgt direct op de eerste.

Fase 1 voordat de hond contact met de bodem heeft:
1/Strekken schouder en elleboog.
2/ Hoofd omhoog brengen.

Voordat de hond contact heeft met de bodem, probeert zij/hij zich zo goed mogelijk voor te bereiden op de landing, met als doel de landing zo soepel mogelijk te laten verlopen en over zo'n lang mogelijke periode te verdelen.
Hiertoe strekt de hond zoveel mogelijk haar/zijn voorhand, zodat er zo snel mogelijk contact is met de bodem.
Verder wordt het hoofd zo hoog mogelijk gehouden, zodat deze een zo groot mogelijke beweging naar beneden kan maken nadat er contact gemaakt is met de bodem.

Fase 2 vanaf het moment dat de hond contact met de bodem heeft:
1/ Buigen schouder en elleboog.
2/ Overstrekken pols.
3/ Hoofd naar beneden brengen.

Zodra de hond contact heeft met de bodem, worden de bovenste gewrichten gebogen, namelijk ellebooggewricht en schoudergewricht. Bovendien wordt het polsgewricht overstrekt.
Deze bewegingen in de gewrichten zijn er op gericht een maximale schok absorbtie te bereiken, waardoor de vrijgekomen energie zoveel mogelijk opgeslagen wordt in de spieren en het rekkend vermogen van de pezen met als doel deze energieopname over een zo'n groot mogelijke tijd te verdelen.
Om die reden wordt ook het hoofd en de nek gelijktijdig naar beneden bewogen.
De tijdsduur van de landing wordt zo lang mogelijk gemaakt, teneinde de belasting te verminderen
(Belasting = Prestatie / Tijd)
De bewegingen die bij de landingen worden uitgevoerd, zijn er op gericht de energietoevoer over een zo langmogelijke periode uit te smeren, waardoor de belasting zo gering mogelijk wordt.
De coördinatie van al deze bewegingen dient zo goed mogelijk plaats te vinden.
Alleen als al deze bewegingen op het juiste moment en in de juiste volgorde plaatsvinden, dan kan het lichaam deze energie over een zo groot mogelijke periode uitsmeren.
Indien de coördinatie van de landing ergens maar een klein beetje hapert, dan zal de belasting sterk toenemen.
Voor de landing geldt dat deze relatief kort duurt, zeker in vergelijking met de afzet en dat bij de landing alleen maar de voorhand belast wordt, dit in tegenstelling tot de afzet).

DE BELASTING VAN DE VOORHAND GEDURENDE DE LANDING.

Het overstrekken van het polsgewricht tijdens de landing is een beweging, waarvan het doel vanuit de paardensport bekend was: door het overstrekken van het polsgewricht wordt een belangrijk deel van de schokabsorbtie in de ondervoet over een langere tijd uitgesmeerd (geringere belasting).
Tevens wordt met deze beweging een flink deel van de geabsorbeerde energie opgeslagen in de pezen en banden van de buigspieren van de voorhand, die weer vrijkomen bij de afzet.
Het was echter absoluut niet bekend in welke mate deze overstrekking plaatsvond.

ingras[1].jpg

Tijdens het maken van de dia's bleken er foto's van landingen te bestaan, waarbij de ondervoet "leek" te verdwijnenin het gras, terwijl het gras niet langer dan een centimeter of vijf was.
Het vermoeden bestond dat er een moment was dat de hele ondervoet gedurende een moment volledig contact maakt met de ondergrond.

In overleg met Dr. Schamhardt is toen een proefopstelling gemaakt:
De honden moesten op een rubbermat (1 cm dik) landingen uitvoeren, waarbij deze landingen door een professionele fotograaf met behulp van speciale apparatuur vastgelegd werden.
Uit deze dia's bleek dat er duidelijk een moment was dat de hele ondervoet contact maakt met de ondergrond.

opvloer[1].jpg

Deze beweging lijkt heel onnatuurlijk (alsof de poot gebroken is), toch is er bij elke hond een moment dat dit gebeurt.

Het is dan ook een hele normale beweging met het doel een zo goed mogelijke schokabsorbtie plaats te laten vinden en deze energie nog een keer te kunnen gebruiken.

VERGELIJKING VAN DE BELASTING BIJ DE AFZET EN DE LANDING.

De belasting van de afzet op de hond is in vergelijking met de landing duidelijk geringer, terwijl er sprake is van een gelijke prestatie (Prestatie afzet = Prestatie landing).
Niet zozeer omdat de afzet door zowel de voorhand als de achterhand uitgevoerd wordt, maar vooral omdat de afzet zich over een veel langere periode afspeelt dan de landing en derhalve resulteert in een kleinere belasting (Belasting = Prestatie / Tijd).
De landing is dan ook het meest risicovol voor de kans op blessures.
We zullen ons dan ook voornamelijk richten op de landing van de sprong.

VERANDERING VAN HET ZWAARTEPUNT GEDURENDE EEN SPRONG.

Het zwaartepunt van de hond ligt ongeveer bij het hart, circa 3 cm boven en achter het ellebooggewricht.
Voor de mate van belasting is het interessant te weten hoe het zwaartepunt verandert tijdens de sprong; zowel in verticale als in horizontale richting.

IN DE VERTICALE VERANDERING IS HET VOLGENDE OPMERKELIJK.

1/ Afzet: de verticale verandering vindt hoofdzakelijk plaats tijdens het afzetten van de voorhand.
2/ Landing: de grootste verandering reedt op tijdens het contact maken met de bodem.
De verticale verandering van het zwaartepunt gedurende de sprong is erg gering (bijv.: spronghoogte 65 cm, hond met schouderhoogte 55 cm: circa 5 cm. verandering / hond met schouderhoogte 45 cm.: circa 10-15 cm verandering).
De mate van verticale verplaatsing van de kinetische energie is erg klein.
De horizontale verandering van het zwaartepunt is veel groter.
Bij een spronghoogte van 65 cm zet de hond al af op 1 tot 2 meter voor de sprong (onder meer afhankelijk van de snelheid van de hond); de landing is vaak op dezelfde afstand achter de horde. 
De noodzakelijke snelheid om deze twee tot vier meter te overbruggen, vereist een veel grotere prestatie in afzet en in landing.
Uit deze vergelijking blijkt dat de belasting ten gevolge van de hoogte kleiner is dan de belasting ten gevolge van de snelheid.
De hoogte leidt tot een geringer risico van overbelasting dan de snelheid.

Dit is Pagina 2

[Home] [Pagina 1] [Pagina 3] [Pagina 4] [Pagina 5]

Met dank aan dierenarts, Roland Mouwen (NL)
DogMaster willy ® 2004. Alle rechten voorbehouden.

Ziet u enkel deze pagina zonder navigatie ga dan naar : http:// www.dogmaster.be