BELASTINGEN IN BEHENDIGHEID - AGILITY "Pagina 5"

SLALOM.

De slalom is een toestel, dat bij behendigheid op topniveau hele spectaculaire hondensport laat zien: een goedgemaakte, moeilijke entree, gevolgd door een snelle, spectaculaire doorgang is iets dat niet alleen door behendigheids-kenners bewonderd wordt, maar ook bij de leek veel waardering op kan roepen.
Toch is de slalom een toestel dat, juist bij hoge snelheid een enorme belasting voor de hond kan betekenen.
Niet alleen de banden, gewrichten en botten worden zwaar belast, ook de spieren moeten een enorme prestatie leveren.
Iedere behendigheidscursist weet dat als hij zijn hond meerdere keren snel door de slalom gestuurd heeft, deze erg moe wordt.
Waarschijnlijk is de slalom fysiek het zwaarste toestel in de behendigheid.
De bewegingen die bij de slalom belangrijk zijn, kunnen het beste onder-verdeeld worden in de beweging, voordat de hond in de slalom zit: de entree, en de beweging in de slalomen de doorgang.

ENTREE.

Bij de beschrijving van de entree wordt uitgegaan van de rechte entree en een snelle hond.  
De lengterichting van de slalom en de aanlooprichting van de hond bevinden zich op dezelfde lijn.
De slalom wordt, indien supersnel genomen, afgelegd in ongeveer 2 seconden bij een lengte van iets meer dan 5,5 m (12 palen op 50 cm tussenruimte), wat een snelheid van ongeveer 2,25 m/s oplevert.
De snelheid op alleen sprongen en tunnels ligt rond de 7 m/s.
Bij de benadering van de slalom zien we de hond in de remmen gaan, omdat de hond een veel lagere horizontale snelheid in de slalom heeft dan daarbuiten .
Tijdens dit remmen zakt de hond al iets door zijn poten om lager bij de grond te zijn.
Dit heeft hij nodig om zo effectief mogelijk door de slalom te bewegen, want hierdoor kunnen zijn poten verder naar buiten bewogen worden.
Bij de ingang zien we de hond op het juiste moment een abrupte beweging naar links maken, terwijl hij nog aan het remmen is.
Deze zijwaartse beweging vertoont vaak dezelfde motoriek als de doorgaande beweging.
Vanuit deze zijwaartse beweging wordt de doorgaande beweging ingezet.
Voor de andere entreevormen gelden in principe dezelfde bewegingen (bij een zelfstandige entree), alleen wordt de zijwaartse beweging in meer (bij een entree linksom) of mindere mate tot helemaal niet uitgevoerd (bij een entree rechtsom).

DOORGANG.

Voor de doorgaande beweging leert de hond een eigen beweging aan, die hij in ritme afwerkt.
De hond zoekt daarbij naar een bewegingspatroon wat voor hem het meest effectief is: zo hard mogelijk door de slalom met de minste fysieke inspanning.
De minste fysieke inspanning wordt bereikt als de hond zijn lichaamsgewicht zo min mogelijk zijwaarts hoeft te verplaatsen en als de hond zijn lichaam zo min mogelijk in bochten hoeft te wringen om zich door de slalom te verplaatsen.
We zien dan ook dat de hond zijn poten (die relatief weinig massa hebben) zo ver mogelijk naar buiten verplaatst om zijn romp (die een veel groter deel van de massa bedraagt) zo dicht mogelijk bij de slalompalen te houden.
Hierdoor wordt de zijwaartse verplaatsing van de romp zo klein mogelijk gehouden.
De mogelijkheid om de romp zo min mogelijk in bochten te wringen wordt beperkt door de lichaamslengte van de hond in relatie tot de onderlinge afstand van de palen.
Een hond met een relatief korte lichaamslengte zal zijn romp maar in één bocht tegelijk hoeven wringen om door de slalom te komen.
Als de romp van de hond te lang is (in relatie tot de afstand tussen de palen), zullen er momenten zijn dat de romp zich om drie palen tegelijk moet bewegen en er dus twee, tegengestelde bochten in de romp ontstaan.
Dit verschil maakt dat we bij onze honden twee manieren vinden, waarmee zij zich door de slalom bewegen.


DE EENZIJDIGE EN DE TWEEZIJDIGE BEWEGING.

EENZIJDIGE BEWEGING.
slallute[1].jpg
Bij de eenzijdige beweging zien we de hond met een voorpoot tegelijk remmen en afzetten om zijn romp zo dicht mogelijk bij de palen te houden. Deze beweging wordt vooral gebruikt door honden met de relatief lange lichaams-lengte.
Doordat de achterhand de vorige bocht nog niet heeft afgemaakt, terwijl de voorhand al bezig is met de volgende, tegengestelde bocht, kan de rug zich niet voldoende om zijn lengteas draaien om beide voorpoten naar buiten te brengen en moet de afzet voor de volgende bocht volledig plaatsvinden door de buitenste voorpoot door alleen deze poot
naar buiten te brengen.
De achterhand wordt bij deze techniek bijna niet gebruikt. Doordat het achterste gedeelte van de rug nog in de andere bocht zit dan het grootste deel van de rug, kan de
achterhand alleen maar gebruikt worden om het gewicht van de achterhand te dragen.

TWEEZIJDIGE BEWEGING.

Bij de tweezijdige beweging zien we de hond met twee voorpoten tegelijk remmen en afzetten om zijn romp zo dicht mogelijk bij de palen te houden.
Deze beweging zien we vooral bij honden met een relatief korte lichaams-lengte.
De romp hoeft zich maar met één bocht tegelijk bezig te houden, waardoor de rug nu wel voldoende om zijn lengteas kan draaien om de zijwaartse afzet naar de palen toe met beide voorpoten plaats te laten vinden.
Zodra de voorpoten los zijn van de grond, wordt de afzet van de voorpoten gevolgd door de afzet van de achterpoten.

slalshspr[1].jpg slalshel[1].jpg

BELASTINGEN IN DE TWEEZIJDIGE BEWEGING.

De belasting bij de tweezijdige beweging bestaat uit het verplaatsen van het lichaam tussen de palen, waarbij bij elke paal het lichaam omgebogen moet worden in de andere richting. In feite moet de hond gedurende de slalom (minimaal zeven keer, maximaal twaalf keer) zijn lichaam remmen, ombuigen in een andere richting en afzetten, terwijl hij zich ook nog in allerlei bochten moet wringen. Hierbij wordt de voorhand belast bij het remmen, de rug belast bij het maken van de bochten en de voor- en achterhand bij het afzetten.
De meeste belasting vindt plaats op de voorhand en de rug, want de belasting bij de afzet is in vergelijking met de het remmen en het maken van bochten te verwaarlozen.

BELASTINGEN IN DE EENZIJDIGE BEWEGING.


De gevraagde prestaties bij de éénzijdige beweging in de slalom zijn in principe hetzelfde als bij de tweezijdige beweging.
Doordat de gevraagde prestatie slechts door één voorpoot geleverd wordt en de rug op twee manieren extra belast wordt, is de belasting echter veel en veel groter, vooral voor de rug en de buitenste voorpoot van de hond.

slalbelg[1].jpg

We zien s-bochten in de rug ontstaan, omdat de rug twee tegengestelde bochten moet verwerken.
Behalve de twee tegengestelde bochten in het horizon-tale vlak, maakt de hond bij elke bocht ook een draaiing om de lengteas in zijn rug om zijn poten naar buiten te kunnen bewegen.
Aangezien de achterhand nog met een tegengestelde bocht bezig is, is daar de rug (voor zover mogelijk) nog in een tegengestelde draaiing t.o.v. de draaiing van de rug bij de voorhand, wat tot tordering van de rug om de lengteas leidt.
De tordering en de dubbele bocht in de rug leidt tot een veel grotere belasting van de spieren, banden en wervels van de rug dan bij de tweezijdige beweging.
Het remmen en het ombuigen komt nu volledig op één poot neer, de buitenste voorpoot.
Dit leidt niet alleen tot een dubbele hoeveelheid krachten, die deze poot moet verwerken, ook wordt deze poot op een vreemde manier naar buiten gedraaid (om verder naar buiten af te kunnen zetten), waardoor een rare draaiing in de elleboog ontstaat.
Hierdoor moeten de dubbele hoeveelheid krachten door een elleboog verwerkt worden, die op dat moment niet in een stand staat deze krachten adequaat te verwerken, waardoor grote kans op overbelasting van de elleboog ontstaat. De achterhand is eigenlijk continu in een tegenovergestelde beweging t.o.v. de voorhand.
Daarnaast kan de achterhand onvoldoende naar buiten bewegen (vanwege de tordering in de rug) en is deze alleen in staat het gewicht van de achterhand te dragen. Dit tezamen leidt ertoe dat de afzet eigenlijk alleen met de voorhand plaatsvindt.
Die ene voorpoot verwerkt dus niet alleen het remmen en het ombuigen, maar moet ook de afzet verwerken.
Het totaal aan belasting is voor deze ene voorpoot dan ook vele malen groter dan bij de tweezijdige beweging.

CONCLUSIES:

Uit het bovenstaande is wel gebleken dat de belasting bij de eenzijdige beweging vele malen groter is dan bij de tweezijdige beweging.
We zouden er dan ook naar moeten streven bij alle honden de tweezijdige beweging plaats te laten vinden.
Nu lijkt het erop dat als de hond in staat wordt gesteld de tweezijdige beweging uit te voeren (bij een onderlinge afstand tussen de palen, die past bij zijn lichaamslengte), dan zal hij daar waarschijnlijk voor kiezen.
Meerdere honden hebben laten zien dat zij bij een grotere afstand tussen de palen overgingen van een eenzijdige naar een tweezijdige beweging.
Deze hond probeert namelijk zo hard mogelijk met een minimum aan energieverbruik de slalom te nemen en de tweezijdige beweging kost veel minder energie. Een vergroting van de onderlinge afstand tussen de palen voor de honden met een langere lichaamslengte zou dan ook de oplossing zijn.
Aan de andere kant zien we bij kleine honden (met een korte lichaamslengte) dat zij nooit in ritme kunnen komen bij de slalom, waardoor de slalom niet één toestel, maar twaalf aparte toestellen wordt.
Een te lange afstand tussen de palen is voor de kleinere honden dan ook niet aan te bevelen.
Daarom zou een klasse afhankelijke afstand tussen de palen een oplossing kunnen zijn om de belasting in de slalom te verminderen.
Weliswaar delen we de honden op dit moment op schofthoogte in (en niet op lichaamslengte), maar bij de meeste honden is er een redelijke relatie tussen lichaamslengte en schofthoogte (de Teckels, laagbeen terriers en misschien Duitse herders als belangrijke uitzonderingen), zodat dat voor het merendeel geen probleem zou moeten zijn.
Het belang van een aanpassing van de onderlinge afstand tussen de slalompalen wordt nog belangrijker als we ons realiseren dat veruit het grootste deel van de honden boven de vijf jaar (zo een 60 tot 70 %) spondylose beginnen te ontwikkelen.
Overbelasting van deze ruggen treedt veel sneller op.

Dit is Pagina 5

[Home pagina] [Pagina 1] [Pagina 2] [Pagina 3] [Pagina 4]

Met dank aan dierenarts, Roland Mouwen (NL)
DogMaster willy ® 2004. Alle rechten voorbehouden.

Ziet u enkel deze pagina zonder navigatie ga dan naar : http:// www.dogmaster.be